Van goede bedoelingen
naar blijvende verandering in de wijk.
Er is iets wat elke professional in het sociaal domein of de volkshuisvesting maar al te goed herkent.
Je hebt bewoners in je wijk die je niet te pakken krijgt. Dit is geen onwil, maar omdat ze alles en iedereen wantrouwen. Of de taal niet spreken. Ze melden zich niet. Ze komen niet opdagen.
Maar ondertussen groeit de overlast. Geluidsoverlast, zwerfvuil, intimidatie, onrechtmatig gebruik van woningen. En voordat je hiervan op de hoogte bent, is het al geëscaleerd.
Toch krijg je geen voet aan de grond. Iedereen doet z'n eigen ding: Gemeente. Corporatie. Zorg. Handhaving. Allemaal betrokken. Allemaal met goede bedoelingen. En toch voelt het alsof niemand het overkoepelende beeld ziet, laat staan dat iemand zich verantwoordelijk voelt.
Ja, er is beleid. En technisch gezien klopt dat ook. Rapportages, dashboards, bewonersavonden. Maar het echte verhaal van de buurt? Maar wat er écht speelt? Dat weet de bakker op de hoek beter dan jouw systeem.
En dan komt het label. De buitenwereld noemt de wijk een “probleemwijk”. Terwijl dat prima ondervangen had kunnen worden. Zonder echte menselijke aanwezigheid en betrokkenheid blijf je pleisters plakken en brandjes blussen.